Winter(tijd)
Het is donker.
Ik lig alleen in het duister.
Omringd door een drukkende stilte.
Geen zwoele nacht, maar een ijzige kilte.
De winter is in het land.
Het is donker.
Ik lig alleen in het duister.
Omringd door een drukkende stilte.
Geen zwoele nacht, maar een ijzige kilte.
De winter is in het land.